Het aantal dakloze gezinnen in Rotterdam neemt toe. Als ORR stellen we vast dat de rechten van deze kinderen onvoldoende worden beschermd. Gemeenten hebben, net als het Rijk, de plicht om deze rechten te verwezenlijken.
De term ‘zelfredzaamheid’ om gezinnen te weren uit de opvang, legt de focus op de verkeerde partij. Dakloze gezinnen zijn niet zelfredzaam, niemand kiest ervoor om met kinderen in een portiek of auto te verblijven. De focus moet terug op de overheid: die moet zorgen voor voldoende passende woonruimte voor zijn inwoners.
Wil je weten welke kinderrechten o.a. gelden bij (dreigende) dakloosheid?
- Het belang van het kind staat voorop. Die belangen worden in kaart gebracht, afgewogen tegen andere belangen en gedeeld met de ouders. De belangen van kinderen wegen extra. Die belangenafweging is méér dan een afvinkformulier.
- Kinderen hebben recht op een veilige en duurzame plek om te wonen. Op de bank slapen bij iemand in het netwerk is géén veilige en ook geen duurzame plek.
- Kinderen hebben recht op hulp bij herhuisvesting als hun ouders dat niet lukt.
- Kinderen hebben het recht om bij hun ouders op te groeien. Zij mogen niet tegen de wil van hun ouders gescheiden worden (tenzij hun veiligheid in het geding is). Het advies aan ouders om kinderen tijdelijk onder te brengen in het netwerk, is géén vrijwillige keuze.
Meer weten? Lees dan onze handreiking en de noodoproep aan de burgemeester.