Onderzoek naar Thuiszitters - Kinderombudsman

 

Kinderombudsman Rotterdam-Rijnmond start onderzoek naar thuiszitters

Elk jaar komen er weer kinderen en jongeren in Rotterdam thuis te zitten. Zij gaan vaak langere tijd niet naar school. Kinderombudsman Rotterdam-Rijnmond maakt zich zorgen over deze kinderen en jongeren. Zij krijgen meestal geen onderwijs als zij thuis zitten. Dat betekent dat hun ontwikkeling tot stilstand komt. Ook verliezen zij het contact met school en medeleerlingen. De weg terug naar school gaat moeizaam.

Onderzoek 

Om die reden start de Rijnmondse kinderombudsvrouw Stans Goudsmit een onderzoek naar deze ‘thuiszitters’. Specifiek naar kinderen en jongeren in het primair en voortgezet onderwijs. Denk bijvoorbeeld aan kinderen en jongeren die ziek zijn, waar ‘zorg voorliggend’ is of die wachten op een plek in het speciaal onderwijs. Deze laatste groep zit soms wel een jaar thuis voordat ze weer naar school kunnen. Al die tijd volgen ze geen onderwijs. Wat hebben deze kinderen en jongeren nodig als ze niet naar school gaan? En welke oplossingen zien zij zelf om weer terug naar school te kunnen of om onderwijs te volgen? Te vaak wordt er óver kinderen en jongeren gesproken. Dat wil de kinderombudsvrouw niet. Daarom gaat zij met hen zelf hierover in gesprek. De uitkomst van het onderzoek wordt kort na de zomer gepresenteerd.

Meldpunt  

De kinderombudsvrouw opent ook dit meldpunt. Zij wil van zoveel mogelijk Rotterdamse kinderen en jongeren weten wat hun ervaringen zijn als thuiszitters. Ook ouders/verzorgers en professionals kunnen zich melden en de vragenlijst invullen. De opbrengst van het meldpunt en de gesprekken helpen de kinderombudsvrouw om aanbevelingen aan de gemeente en het onderwijs te doen; wat er beter moet voor thuiszitters.

Signalen 

Al sinds haar aantreden in 2018 ontvangt kinderombudsvrouw Stans meldingen van thuiszitters. Deze meldingen gaan over de moeilijke situatie waar deze kinderen en jongeren én hun ouders in zitten. Naast het ontbreken van onderwijs en weinig contact met leeftijdsgenoten, hoort de kinderombudsman ook dat deze situatie invloed heeft op de rest van het gezin. Bijvoorbeeld hoe de andere kinderen in het gezin hier last van hebben en hoe het ook meer dan eens voor ouders tot (financiële) problemen leidt. Geen ouder wil immers dat zijn kind al die tijd alleen thuis zit.