Ga naar de inhoud
Probleem met de gemeente? ORR geeft gehoor!
0800 - 0802 (gratis)
maandag t/m vrijdag van 09:00 - 16:00 uur
- 8 JUL 2026

Inspreektekst commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën over ambtelijke integriteit

Op donderdag 2 juli 2026 sprak ombudsvrouw Marianne van den Anker in tijdens de vergadering van de commissie Veiligheid, Bestuur & Financiën van de gemeenteraad van Rotterdam. Aanleiding waren de behandeling van het concept-Beleidsplan ambtelijke integriteit 2026-2030 en het Jaarverslag ambtelijke integriteit 2025. De vergadering is terug te kijken via het iBabs-publieksportaal van de gemeenteraad. Hieronder leest u de uitgesproken tekst.

Over de vertrouwelijke brief

Voorzitter,

Het is voor mij eerlijk gezegd heel erg ongemakkelijk om hier vandaag te staan. Toch heb ik er bewust voor gekozen om in te spreken. Integriteit binnen de gemeentelijke organisatie is een belangrijk onderwerp. Als extern meldpunt integriteit voor medewerkers van de gemeente Rotterdam vinden wij het van belang om onze observaties met u te delen.

De afgelopen week is er veel onrust geweest binnen de ambtelijke organisatie en in de media, in verband met een directeur die voorgedragen is door PRO als kandidaat-wethouder. Ik wil kort stilstaan bij onze rol.

Wij hebben de vertrouwelijke brief waarover veel is gesproken niet gelekt. Ik vind het vervelend dat die vrijwel direct in de krant terechtkwam. In de media ben ik niet ingegaan op de inhoud van die vertrouwelijke brief. Wel heb ik, vanuit de verantwoordelijkheid die ik voel en heb als extern meldpunt integriteit, voorafgaand aan het versturen van de vertrouwelijke brief, contact opgenomen met PRO om mijn zorgen kenbaar te maken.

Pas daarna is een vertrouwelijke brief verstuurd aan de raad, het college en de gemeentesecretaris. Ik had gehoopt dat dat niet nodig zou zijn. Helaas werd de brief vrijwel direct openbaar. Nogmaals: dat is niet door ons gebeurd.

Later heb ik in de media toegelicht wat ik eerder aan PRO heb laten weten. Daarbij laat ik het. Het is aan u als raad, en ook aan de gemeente als werkgever, om verdere afwegingen te maken.

Ik kan mij voorstellen dat niet iedereen het eens is met de manier waarop wij hebben gehandeld. Tegelijkertijd zeg ik hier ook nadrukkelijk dat wij hebben gehandeld binnen het mandaat dat hoort bij onze rol als extern meldpunt integriteit. Wij hebben gedaan wat wij vonden dat wij moesten doen.

Observaties vanuit het extern meldpunt integriteit

Voorzitter,

Vandaag liggen het conceptbeleidsplan ambtelijke integriteit 2026-2030 en het jaarverslag ambtelijke integriteit 2025 voor. Laat ik beginnen met het positieve.

Wij zien dat er binnen de gemeente hard wordt gewerkt aan de verdere professionalisering van het integriteitsbeleid. Er is de afgelopen jaren veel veranderd. De aandacht voor integriteitskwesties en ongewenste omgangsvormen is groter geworden. Wij zien dat aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam worden opgevolgd en adviezen van ORR als extern meldpunt integriteit steeds vaker worden opgepakt.

Toen wij in januari ons jaarverslag 2025, hoofdstuk integriteit, met uw commissie (toen nog BOFV) bespraken, hebben wij al een aantal observaties gedeeld. Vanuit die kennis, en met het nieuwe beleidsplan in de hand, wil ik vandaag enkele bredere bespiegelingen met u delen.

Wat wij zien, is dat het op meerdere plekken binnen de organisatie al jarenlang onrustig is. Dat geldt onder meer voor onderdelen van Stadsbeheer (directies THPM) en de afdeling Toeslagen010 van Maatschappelijke Ontwikkeling. Daarnaast zien wij nog steeds dat medewerkers die misstanden of problemen aankaarten zeer regelmatig nadelige gevolgen ervaren. Het jaarverslag 2025 van het Huis voor Klokkenluiders laat zien dat ongeveer 90 procent van de melders die daar aankloppen, een vorm van benadeling ervaart. Dat beeld herkennen wij.

Mensen die vanuit oprechte betrokkenheid melding doen, voelen zich vaak alleen staan. Dat is een zorgelijke ontwikkeling.

Een andere observatie is dat wij veel signalen ontvangen over niet-ingrijpen door leidinggevenden. Ik noem dit non-interventiegedrag. Ook zien wij een cultuur waarin collega’s elkaar niet altijd durven aan te spreken of te corrigeren. Daardoor blijven problemen soms te lang doorsudderen en worden situaties onnodig groter.

Daarbij valt ons op dat niet iedere leidinggevende voldoende toegerust is voor de verantwoordelijkheden die bij die rol horen. Leidinggeven vraagt om vakmanschap, om voorbeeldgedrag en om het vermogen om tijdig in te grijpen als dat nodig is. Dat vraagt ook om ondersteuning vanuit de werkgever. Op dat punt denken wij dat verdere versterking mogelijk én noodzakelijk is.

Daarnaast ervaren medewerkers de weg naar hulp, advies en melding nog vaak als ingewikkeld. Hoewel er verbeteringen zijn doorgevoerd, blijft het voor veel mensen lastig om te bepalen waar zij terechtkunnen. Dat geldt vooral bij ongewenste omgangsvormen. Juist daar zijn situaties vaak complex, genuanceerd en moeilijk te onderzoeken.

Tegelijkertijd zien wij ook positieve ontwikkelingen. De instelling van de externe Adviesraad Integriteit is daarvan een goed voorbeeld. Ook waarderen wij het intensievere contact dat de afgelopen jaren is ontstaan tussen het extern meldpunt integriteit en de verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie die zich hiermee bezighouden, maar ook met de wethouder Organisatie.

Positief is ook dat de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling bij elk rapport dat de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag (LKOG) uitbrengt, eerst in gesprek gaat met de commissievoorzitter en pas daarna een officiële gemeentelijke reactie geeft. Het doel wordt dan om ervan te leren in plaats van zich als gemeente te verdedigen.

Adviezen aan de gemeenteraad

Voorzitter,

Vanuit onze rol als extern meldpunt integriteit denken wij dat integriteit vaker onderwerp van gesprek zou mogen zijn tussen raad en college. Nu gebeurt dat vooral rond de behandeling van het jaarverslag ambtelijke integriteit. Gezien de omvang van de organisatie en het belang van het onderwerp lijkt ons dat te beperkt.

Het beleidsplan dat nu voorligt, bestrijkt een periode van vier jaar. Wij adviseren u om als raad periodiek overleg te hebben met het college over de jaarlijkse plannen die nog moeten volgen.

Ook vinden wij dat de raad structureel en ongecensureerd kennis zou moeten kunnen nemen van het jaarverslag van de centrale vertrouwenspersoon. Op dit moment krijgt u vooral cijfers te zien, als onderdeel van het jaarverslag ambtelijke integriteit. De onderliggende patronen, signalen en terugkerende adviezen van de vertrouwenspersonen blijven daardoor grotendeels buiten beeld, terwijl die veel zeggen over de gezondheid van de organisatie.

Wij adviseren u om als raad actiever de vinger aan de pols te houden. De gemeente Rotterdam telt immers vijftien- tot zestienduizend medewerkers. Dat is feitelijk een stad op zichzelf. Op verschillende plekken zien wij medewerkers uitvallen en soms zelfs ziek worden door omstandigheden op het werk. Dat vraagt blijvende aandacht.

Toenemende druk op de integriteitsketen

Voorzitter,

Ik wil afsluiten met wat ons zorgen baart.

Volgens het jaarverslag ambtelijke integriteit is het aantal integriteitsmeldingen opnieuw gestegen: van 241 in 2024 naar 313 in 2025. Dat laat enerzijds zien dat mensen de weg naar de meldstructuren weten te vinden. Anderzijds zet deze groei de integriteitsketen steeds verder onder druk.

Dat merken wij ook zelf. Als extern meldpunt integriteit ontvingen wij in 2025 maar liefst 45 signalen, tegenover 18 het jaar daarvoor. En op dit moment, op 2 juli 2026, staan wij alweer op 26 signalen. Die komen voor een groot deel uit dezelfde organisatieonderdelen waar wij al langere tijd zorgen over hebben, en met name de directie THPM.

Daarom hebben wij niet alleen zorgen over de druk op de gemeentelijke integriteitsorganisatie, maar ook over onze eigen mogelijkheden om onze rol goed te blijven vervullen. Als het belang van integriteit wordt benadrukt, moeten daar ook voldoende middelen tegenover staan.

In het coalitieakkoord Vaart Maken staat dat de nieuwe coalitie op een integere manier wil werken aan resultaten voor Rotterdam. Ook staat daarin dat onderzoeken van de Rotterdamse Rekenkamer en de Ombudsman Rotterdam-Rijnmond hierin onmisbaar zijn. Wij gaan er dan ook vanuit dat het extern meldpunt integriteit op voldoende ondersteuning mag rekenen. Op dit moment zijn wij onvoldoende gefinancierd met 0,5 fte structureel en één fte extra voor 2026.

Tot slot

Voorzitter,

Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een gezonde, professionele organisatie. Een organisatie waar mensen met plezier werken, waar medewerkers zich veilig voelen om zich uit te spreken en waar integriteit vanzelfsprekend is.

Dat begint bij de mensen die je aanneemt. Het gaat over werknemers opleiden, begeleiden en het tonen van voorbeeldgedrag. Het gaat over het afleggen van de (vernieuwde) ambtseed en het serieus nemen van wat die betekent. Het gaat over het dagelijks integreren van de behoorlijkheidsnormen. En vooral over de bereidheid om iedere dag opnieuw te handelen vanuit integriteit.

Niet alleen tijdens kantooruren, maar altijd.

Dank u wel.