Hoe gaat het een jaar later met de thuiszitters(problematiek) in Rotterdam?
Ruim een jaar na het onderzoek ‘Thuiszitters, wie zit ermee?!’ is één ding glashelder: het rapport heeft niet alleen waardevolle inzichten opgeleverd, maar ook daadwerkelijk beweging in gang gezet. In deze nieuwsbrief vertelt kinderombudsvrouw Stans Goudsmit welke ontwikkelingen zij ziet, hoe gemeenten en samenwerkingsverbanden met de aanbevelingen aan de slag zijn gegaan, welke knelpunten blijven bestaan en hoe het nu gaat met de kinderen en jongeren uit de fototentoonstelling.
Wat valt je het meest op aan ontwikkelingen of resultaten?
Wat ik echt zie is dat ons rapport behoorlijk wat teweeg heeft gebracht. Allereerst natuurlijk dat iedereen enorm is geschrokken van die 2.500 kinderen, tachtig klassen, die in 2023/’24 geoorloofd thuis zaten. Dat heeft gemaakt dat de urgentie nóg meer gevoeld wordt. Een van de verbeteringen die mij opvallen, is dat er meer oog is voor preventie. De zorg is meer de school in gekomen. Kinderen kunnen lichte ondersteuning krijgen op het moment dat dingen niet goed gaan, zodat ze niet uitvallen en geen zware zorg nodig hebben. Dat vind ik heel goed.
Er zijn ook veel innovatieklassen bijgekomen: plekken in de school waar het minder druk is en waar hulp aanwezig is. De gemeente vertelde mij dat het om 170 plekken gaat. Alleen, die worden nu vooral gebruikt om uitval te voorkomen en niet om thuiszitters terug naar school te brengen. Ondertussen krijgt 90% van de thuiszitters geen of alleen soms onderwijs. Dat is echt onbestaanbaar. Zorg is nu dus wel de school in gekomen en dat is heel positief. Maar nu moet de school nog het huis en de zorg in.
Wat er tot nu toe is gedaan met de aanbevelingen uit het rapport?
Dat lees je in de onderstaande reacties.
Wat is er écht nog nodig om de aanbevelingen uit het rapport verder te brengen?
Die 2.500 kinderen moeten één voor één worden onderzocht en terug naar school worden gebracht of elders een vorm van onderwijs krijgen. Daarvoor moet er een doorbraakteam komen met mandaat op zowel onderwijs als zorg. Nu is dat er alleen voor onderwijs. Tijdens de inspiratiebijeenkomst ‘Doorbraakteam thuiszitters: hoe dan?’ met oud-leden van de Münchhausenbeweging, werd heel duidelijk hoe belangrijk het is dat bestuurders tegen hun medewerkers zeggen: ‘Ja, wij gaan dit fixen. Jullie krijgen de vrijheid om te doen wat goed is voor het kind.’ Dat is nodig om thuiszitters weer één voor één terug het onderwijs in krijgen.
Ook moeten de schotten tussen onderwijs en zorg verder verdwijnen. Nu is het nog te veel: hier onderwijs, daar zorg. Maar er is een fluïde gebied waar ze juist samen moeten optrekken en ‘samenaarschap’ moeten laten zien. Op dit moment lijkt vooral het onderwijs daarin nog zoekend, waardoor stappen soms minder snel gezet worden dan nodig is. Ik ben blij dat iedereen het erover eens is dat woorden als ‘zorgvoorliggend’ en ‘niet-schoolrijp’ niet meer gebruikt mogen worden.
ORR laat het thema thuiszitters nu ‘los’. Waarom?
Wij hebben een rapport uitgebracht met duidelijke aanbevelingen. Maar wij kunnen de werkelijkheid niet veranderen, dat moeten de gemeente, samenwerkingsverbanden en schoolbesturen doen. Het afgelopen jaar hebben wij aangejaagd en bevraagd. We zien dat de urgentie nu echt gevoeld wordt én dat er beweging is. Daarom is het voor ons tijd om ook weer andere onderwerpen op te pakken. Natuurlijk blijven we individuele signalen en klachten behandelen. Ook zullen we, net als bij andere onderzoeken, over een jaar of twee de thermometer er weer insteken: wat is er werkelijk veranderd voor thuiszitters?
We willen in deze nieuwsbrief wel nog extra aandacht vestigen op een aantal aanbevelingen die verdere ontwikkeling verdienen. Daarover ontvingen we belangrijke reflecties van enkele betrokkenen: Ronald Buijt, wethouder Zorg, schreef over de schotten tussen onderwijs en zorg, Marc Dullaert, oprichter van KidsRights, over de zorgplicht van scholen.
Nieuwe voorlichtingstools: waarom zijn dit echte must-haves voor de lezer?
De kinderrechtenwaaier is een krachtig instrument dat bij individuele casuïstiek kan worden ingezet. Professional, ouder(s) én kind gebruiken het samen om in een gesprek te verkennen wat het recht van het kind betekent in de specifieke situatie waarin zij zich bevinden. In de praktijk heb ik gezien hoe de waaier tegenstellingen in een gesprek verzacht en de focus terugbrengt naar de kernvraag: wat is op dit moment werkelijk in het belang van dit kind? Interesse om hiermee te werken? De waaier is vanaf januari 2026 te bestellen via: kinderrechtenwaaier@gmail.com
Mooi is dat de samenwerkingsverbanden hebben aangegeven kinderrechten expliciet op te nemen in hun nieuwe ondersteuningsplannen voor 2026-2030. We zijn ook blij dat gemeente Rotterdam zich heeft aangesloten bij het Child Friendly Cities-project van UNICEF. Daarmee spreekt de stad uit dat zij haar jeugdbeleid, en dus ook het onderwijs, langs de meetlat van de kinderrechten wil leggen.
Tegelijkertijd zien we dat de kennis over deze rechten in de praktijk nog beperkt is. Juist daarom is de handreiking ‘Waar het kind is, moet onderwijs zijn’ zo belangrijk. Het is niet alleen vervelend dat een thuiszitter geen onderwijs volgt, het is ook in strijd met het recht op inclusief onderwijs. In de handreiking leggen we uit wat dit recht betekent voor scholen en welke verantwoordelijkheid schoolbesturen hierin dragen, want leerkrachten kunnen dit niet alleen. Het helpt als iedereen in het onderwijs zich bewust is van deze gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Hoe gaat het nu met de thuiszitters uit de fototentoonstelling?
Afgelopen jaar raakte onze tentoonstelling met portretten van thuiszitters, gemaakt door Rotterdamse fotograaf Debby Klein, velen diep. De portretten, ruim vijftien keer geëxposeerd op verschillende plekken in het land, maakten de kloof tussen de werelden van thuiszitters en scholieren zichtbaar en voelbaar. Social designer Ingo Hennige, zelf broer van een thuiszitter, volgde de geportretteerde kinderen en jongeren opnieuw en legde hun verhaal vast op film. Hoe gaat het nu met hen? Welke belemmeringen ervaarden ze? En welke oplossing heeft hen geholpen? De blijdschap spat eraf, maar het is ook breekbaar. Eén studiedag, één miscommunicatie, en die angst is meteen terug: ‘Mag ik toch weer niet meedoen?’ Dat moeten we serieus nemen. Kinderen moeten vaste grond krijgen.